Final Frontier

Alles wat je niet moet weten!

Gisteren ging ik vissen met mijn vader 22 november 2007

Ingedeeld onder: Verhalen — Svenson @ 1800000013

Het is nog vroeg in de ochtend wanneer ik met de trein in Antwerpen arriveer. Ik kijk op mijn horloge, 10 minuten voor 7. Haastig wandel ik de Keyserlei af richting het Hilton hotel. Het is 5 na 7 wanneer Guillerme de deur voor me open doet. Ik loop langs de balie, de receptionist groet me en vertelt me dat Paris logeert in kamer 514. “Sorry, maar vandaag ben ik hier voor andere zaken”, zeg ik terwijl ik de man vriendelijk toe lach. Hij kijkt me even verward aan, maar steekt na enige twijfel toch zijn hand omhoog bij wijze van groet. Ik wandel naar de lift. “Derde etage graag”, zeg ik tegen de piccolo terwijl ik de lift instap. Wanneer de deuren weer open gaan stop ik de man 5 euro toe en stap de lift uit. Ik wandel de gang af, stop bij kamer 307 en klop op de deur. “Net op tijd”, zegt de man als de deur open gaat. Ik wandel naar binnen en placeer me in de sofa. Klaar voor het interview met Mr. X, auteur van de autobiografische bestseller “Gisteren ging ik vissen met mijn vader”.

Hieronder volgt een uitreksel van het interview met Mr. X, gevolgd door een passage uit de bestseller “Gisteren ging ik vissen met mijn vader”.  

Dag Mr. X, bedankt dat u tijd vrij wou maken voor dit interview.

Geen dank, ik maak graag tijd vrij voor gerenomeerde journalisten. Zij zijn tenslotte mijn connectie tussen mezelf en mijn fans.

Vertel eens, waarom heeft u gekozen voor Mr. X als uw pseudoniem.

Het begon toen ik 20 jaar ofzo was. Ik begon indertijd met het schrijven van humoristische, doch uiterst kritische artikels voor een vereniging waarbij ik betrokken was. Om door het bestuur en de leden van de vereniging niet scheef bekeken te worden, schreef ik onder de naam Mr. X. En om de een of andere reden is dat altijd zo gebleven.

Uw boek, “Gisteren ging ik vissen met mijn vader”, is ondertussen vertaald in meer dan 15 talen. Het is met een wereldwijde verkoop van 40 miljoen stuks een wereldwijde bestseller. Waaraan schrijft u het succes toe?

Dat is moeilijk te verklaren. Het is een boek over het leven. Het leven van Jan met de pet. Voor ik dit boek schreef was ik niemand. Nu ben ik één van de meest gerespecteerde schrijvers ter wereld. Vreemd, toch? Het boek gaat over mijn leven. De ups en downs gedurende mijn jeugd, de sleur van de werkende mens, het geluk en ’s mans depressies, het komt allemaal aan bod. Iedereen kan zich met een stuk ervan identificeren. Dat is de kracht van het boek, denk ik. Ik beschrijf het leven zoals het is, zoals het is voor de meesten die mijn boek lezen.

In je boek schrijf je onder andere over je problemen met drugs en alcohol, en de aanrakingen met het gerecht die daaruit volgden. Hoe reageren de mensen daar op?

Over het algemeen krijg ik toch positieve reacties. Het was één van de donkerste periodes van mijn leven, maar dankzij mijn vrienden en familie heb ik kunnen zegevieren. Eenmaal dat je werkelijk beseft dat je verkeerd bezig bent, en je wilt veranderen, dan kan je veranderen. Dat is de boodschap die ik meegeef. En dat geldt niet enkel voor problemen met drugs en/of alcohol. Het is universeel en kan op allerlei problemen worden toegepast. Toegeven en willen dat zijn de sleutelwoorden.

Even over de toekomst. Heb je al duidelijke plannen?

Ik geniet eerst en vooral nog volop van de aandacht die ik nu krijg. Mijn agenda staat momenteel nog vol met interviews en dergelijken. Maar toch heb ik al enkele projecten klaar staan. Natuurlijk kan ik niet opnieuw een biografie uitbrengen, maar ik denk er over na om weer kritische werken met een komische ondertoon te gaan schrijven. We zien wel wat er komt. Geld is op dit moment alvast geen probleem. Dus financieel kan ik er mijn broek niet aan scheuren. Voor de rest probeer ik gewoon mezelf te blijven en hoop ik gezond en gelukkig te mogen blijven.

Ik wens je het beste toe. Bedankt voor dit interview.

Voor jou ook natuurlijk. Geen dank, wie weet tot een volgende keer.

Het is zaterdagavond, omstreeks een uur of 8. Ik zit in de zetel en kijk naar de televisie. Reclame. Een goed gespierde man staat halfnaakt voor de spiegel. Hij poetst zijn tanden. Wanneer hij klaar is spuugt hij alles uit en spoelt zijn mond. Hij neemt een fles uit het toiletkastje, neemt een behoorlijke teug en glimlacht naar de camera. “Total Per Vodka, killing germs since 1998“. Ik smacht naar alcohol, maar zet snel de gedachte uit mijn hoofd. Ik ga naar de badkamer en kleed me uit en kijk naar mijn vervallen lichaam in de spiegel. Ik spring onder de douche. Het warme water kalmeert mijn trillende handen en mijn hartslag verlaagt aanzienlijk. Ik draai de kraan dicht en vat een handdoek. Ik sta weer voor de spiegel. Een man met rood doorlopen ogen kijkt me aan. Ik huiver bij het aanzien van mijn eigen ik. Ik poets mijn tanden, spuug alles uit en spoel mijn mond met water. Ik open het toiletkastje, maar er is geen vodka in de buurt. Ik sluit het kastje en kleed me aan.

Ik word wakker in de zetel en kijk op mijn horloge. Half 11. Ik ga langs de achterdeur naar buiten, sluit de deur en vertrek per fiets richting de Flamingo. Eenmaal aangekomen betaal ik 3 euro inkom aan één van mijn maten die het feestje organiseren. Het lawaai is overdonderend. Alle gedachten worden uit mijn hoofd verbannen door de “pounding beats”. Ik word aangehaald langs alle kanten. Mensen die vragen hoe het met me gaat. ”Hoe lang ben je al nuchter?”. De vraag van de avond lijkt het. “Eén maand”, zeg ik. Ik ontvang felicitaties van mensen die zich mijn vrienden noemen, maar waar zijn ze als ik het echt moeilijk heb. Een ondersteunend gesprek, al is het per telefoon, of een smsje, is dat nu een grote moeite. Niet voor echte vrienden, maar echte vrienden zijn dun gezaaid tegenwoordig.

De avond is volop aan de gang, maar de sfeer komt er maar niet in. Ik verveel me dood. Toch beslis ik te blijven. Ik ben tenslotte een vriend, toch? Ik tel de hoofden die aanwezig zijn. Het feestje van het jaar zeiden ze vorige week nog. Ik tel ongeveer 50 man, met moeite. Waarschijnlijk telde ik er zelfs enkele dubbel. Ik loop naar de bar. Even twijfel ik, maar ik besluit toch maar voor water te gaan. Ik loop door de “menigte” met mijn verfrissing in de hand en word overstelpt met schouderklopjes. Een weinig troostend gebaar als je het mij vraagt. Ik zie in mijn ooghoeken enkele mensen uit de bol gaan op de muziek. Waarschijnlijk zijn ze dronken of onder invloed van drugs, want de muziek is allerminst aanstekelijk te noemen. Zelfs tijdens de zondagmiddag mis zou een mens harder kunnen flippen. Wanneer ik de mogelijke junkies een tweede keer bekijk, word ik overstelpt met een gevoel van jaloezie, of is het eerder nostalgie.

De avond nadert zijn einde. Ik loop de zaal rond met wat al zeker mijn achtste watertje van de avond is. De schouderklopjes zijn niet verdwenen, maar gestaag verminderd. In de plaats zie ik mijn zogenaamde vrienden naar me staren terwijl ze elkaar wat toe fluisteren. Of beeld ik het me allemaal maar in? Voor het eerst in de avond merk ik dat mijn handen weer trillen. De drang naar alcohol is alom aanwezig, als een buizerd in de lucht, klaar om toe te slaan, om het niets vermoedende knaagdier 200m verder te grijpen en te verschalken. Waarschijnlijk omdat het aantal aanwezigen dat nog feilloos rechtdoor loopt het laatste uur sterk afgenomen is. Er is niets wat mijn gedachten van de alcohol af kan leiden. Ik neem afscheid van mijn zogenaamde vrienden en wandel richting de deur.

Ik besluit een kleine omweg te maken en fiets de andere richting uit. Ik trap alsof mijn leven er vanaf hangt. Maar het helpt me niet mijn gedachten te verzetten. Ik stap van mijn fiets af en doe hem op slot. “Doe die maar” zeg ik tegen de man van uitheemse origine. “Dat is dan twaalf euro vijftig”, zegt de man met een oosters accent. Ik vervolg mijn tocht naar huis, maar dit keer is het tempo verminderd. Voor het eerst in weken lijk ik tot rust te komen. Ik open de poort, zet mijn fiets neer en open de achterdeur. Ik loop naar de kast, pak een glas en zet me weer in mijn vertrouwde plek in de zetel. Ik staar naar de zo pas gekochte fles vodka. Een half uur zit ik te staren. Waarna ik de stress van 4 weken afzien door mijn keelgat kap. Mijn handen trillen niet meer.

 

6 Responses to “Gisteren ging ik vissen met mijn vader”

  1. anoniem Says:

    En hoelang ben je eig al gestopt met drinken?

  2. Svenson Says:

    Wat een voze opmerking.
    Iedereen kan beamen dat ik nooit alcohol gedronken heb.

  3. nogphille Says:

    lolz
    alcoholieker :p

    anyway, leuk weer zo’n zwetsend verhaal te leze svenson :p
    de non-alcoholische svenson is verdwenen?

  4. Svenson Says:

    neen, die is nog steeds present

  5. sep Says:

    af en toe een appeltje voor de dorst huh :p
    hehe
    ff wa kappe en die svenson kan er weer tege vor een hele tijd :p
    (hopen we voor hem)
    volledige ontzegging is ook ma gekmakerij :p
    hehehe

  6. nogphille Says:

    ik heb geleerd met mate te drinke als ik rvoor moet betale :p


Leave a Reply